71 jaar Geel-Zwart

H.V. Geel-Zwart is opgericht in 1945, in het laatste oorlogsjaar. Daar was inzet en vastberadenheid voor nodig. Vrouwen gingen in verenigingsverband een sport beoefenen, terwijl men nog nooit van emancipatie had gehoord. Dat was wat!

Aanvankelijk werd gespeeld op een grasveld. Het ledental groeide gestaag en het spel veranderde in de loop der jaren. Van spelen met een elftal op het gras naar wedstrijden met 7-tallen op verharde velden en in de sporthal.

60 jaar Geel-Zwart betekent hulde aan de oprichters van destijds, aan de vrijwilligers, de leden en de bestuursleden. Deze mensen hebben door hun niet aflatende inzet H.V. Geel-Zwart gemaakt tot een bloeiende en sportieve vereniging, die nu met maar liefst 16 teams meedoet aan de competitie.
Van korfbal naar handbal

Even was er twijfel, dat de jubileumdatum verkeerd zou zijn. Maar in de Nederlandse Staatscourant van 13 November 1974 staat het zwart op wit: ‘De vereniging is 1 april 1945 opgericht. Met als doel het beoefenen en bevorderen van het handbalspel en aanverwante takken van sport. De vereniging tracht dit te bereiken door het houden van oefeningen en het spelen van wedstrijden’.
H.V. Geel-Zwart kwam in 1945 voort uit korfbalvereniging ‘Jong Leven’. Het tenue van deze vereniging bestond uit een lichtblauwe blouse met 4 witte knopen en donkerblauwe rok. In mei ’45 kwam de bevrijding. De handbalsters van het pas opgerichte Geel-Zwart namen in genoemd kostuum deel aan de bevrijdingsfeesten.
’n kruissie en een weesgegroetje

De invloed van de Roomskatholieke Kerk op het sportgebeuren in ’t Zand was groot. H.V. Geel-Zwart was dan ook aanvankelijk aangesloten bij de R.K. Nederlandse Handbalbond, diocees Haarlem. Voor 12 ’s middags handballen op zondag mocht niet want de speelsters moesten eerst naar de Heilige Mis. Ging je trouwen, dan moest je van handbal af. Want een zichzelf respecterende roomskatholieke echtgenote hoorde thuis. Het lidmaatschap van de handbalclub was voorbehouden aan meisjes van roomskatholieke huize.

Dus, als je ‘niks’ was, kon je eigenlijk niet bij Geel-Zwart handballen. Luus Dekker was inderdaad ‘niks’. Maar ze wilde graag meedoen en ze handbalde best. Haar nuchtere vriendinnen, zoals Trien de Wit-Schilder, Tiny Portegijs en Riet de Wit, die wel roomskatholiek waren en zodoende zonder problemen bij Geel-Zwart handbalden, hadden maling aan al te strenge regelgeving wat betreft, nestgeur en religie. Ze zeiden: “Och meid, wat geeft ‘t. Wij leren je wel een kruissie te slaan en een weesgegroetje te bidden. Dan heeft niemand wat in de gaten.”
Schapekeutel-handbal

H.V. Geel-Zwart begon te handballen op het voetbalveld van Geel-Zwart met elf speelsters per team en bij gebrek aan betere regels werd het hele veld gebruikt. Een goede kleedkamer voor de dames was er niet. Het schapeboetje naast het veld werd voor de wedstrijd eenvoudigweg leeggejaagd en daar kleedden de handbalsters zich om. Bovenop de schapekeutels, die ook nog eens bij dozijnen op het veld lagen.

Pas langzamerhand kwamen er aparte regels voor het handbal, zoals een veld verdeeld in een verdedigings-, midden-, en aanvalsvak. De doelcirkel werd nog lange tijd voor het begin van een wedstrijd met linten en pennen uitgezet. Tegenstanders uit die dagen waren Vliegensvlug (later ZAP), TOP Schagen (later SRC) en DWOW Slootdorp.